HFC Haarlem is ruim 7 jaar failliet. De club won bijna nooit wat, had geen Neymar én geen rode cent, maar wel een kleine, bloedfanatieke harde kern. Freek van Kraaikamp sprak drie Haarlemmers over samen opgroeien, geweld en het verwerken van verlies. ‘Mijn voetbalhart is eruit gerukt en er is niets voor in de plaats gekomen.’

Fotografie Jan Mulders

Eind jaren 90 vormt zich een groep die de laatste harde kern van HFC Haarlem zal zijn. Op 25 januari 2010 gaat de club failliet. Vanavond kijken we terug op hun tijd bij HFC Haarlem. Naar de hoogtepunten, hoe de groep nu nog met elkaar omgaat en de onvermijdelijke dieptepunten. Het begint allemaal heel cliche?. Dennis: ‘Michael en ik kennen elkaar van school. Etterbakkies waren we.’

Het is een bepaald slag etterbakkies dat elkaar op de tribune van HFC Haarlem weet te vinden. Rotventjes hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op elkaar. De intrede van Marco binnen de groep is hiervoor het meest tekenend. Marco: ‘We kennen elkaar van vakantie. Zij gingen naar Salou en ik naar Blanes. Op de terugreis komen beide bussen in Maastricht bij elkaar. Wij waren vier dagen eerder uit het hotel getrapt.’

Dennis: ‘Dus wij dachten dat het wel een goeie moest zijn.’ Etterbakkies onder elkaar spreken dezelfde taal. Na een aftastende periode vormt zich een ‘echte’ harde kern. Michael: ‘In 2000 zijn we echt bij elkaar gekomen. Toen hebben we shirts en petjes laten maken met FCH erop. Op een gegeven moment werd dat gewoon een echte vriendengroep.’

Waar andere harde kernen vaak bestaan uit honderden, zo niet duizenden leden, daar bestond de harde kern van HFC Haarlem uit een man of dertig. Dennis: ‘Wij zijn niet met zoveel. Dat schept al een band. Bij ons was het meer een vriendengroep, het was gewoon gezellig. Mensen lachten Haarlem uit, maar ze hadden respect voor ons.’